Een scoliometerwaarde onder 5° geldt meestal als laag. 7° is de drempel die de meeste screeningsprogramma’s aanhouden om iemand naar een zorgverlener te verwijzen. Dit zijn screeningsrichtlijnen — geen diagnose, en geen maat voor de kromming van de wervelkolom zelf.
Een scoliometer registreert de romprotatiehoek (ATR): hoeveel de ene kant van de romp boven de andere uitkomt als iemand voorover buigt. Omdat hij rotatie aan het oppervlak van de rug meet en niet de wervelkolom zelf, kun je een waarde het beste opvatten als een signaal of verder onderzoek zinvol is — niet als een getal dat de wervelkolom beschrijft.
| Waarde | Wordt meestal gelezen als | Gebruikelijke vervolgstap |
|---|---|---|
| 0°–4° | Laag; kleine asymmetrieën komen in de algemene bevolking veel voor | Blijf gewoon controleren, zeker tijdens groeispurten |
| 5°–6° | Verdient aandacht; het gebruikelijke verwijspunt voor kinderen met overgewicht, bij wie een kromming lastiger te zien is | Meet zorgvuldig opnieuw; overweeg beoordeling door een professional |
| 7° of meer | De algemeen aanvaarde verwijsdrempel in screeningsprogramma’s — ook de grens in de Nederlandse JGZ-richtlijn | Vraag beoordeling door een professional |
| Toename van 2° of meer | Signaal van progressie, ongeacht de absolute waarde | Vraag beoordeling door een professional |
Screeningsdrempels zijn een afweging. Leg je de verwijsgrens te laag, dan gaan grote aantallen gezonde kinderen naar beeldvorming die ze niet nodig hebben; leg je hem te hoog, dan mis je krommingen die baat hebben bij vroege aandacht. Rond 7° is waar de meeste screeningsprogramma’s zijn uitgekomen als werkbare balans, met 5° voor kinderen met overgewicht omdat een kromming daar makkelijker verborgen blijft. De Nederlandse JGZ-richtlijn Houding en bewegen (2020) houdt dezelfde grens van 7° aan voor verwijzing naar de (kinder)orthopeed. Programma’s en behandelaars kunnen iets andere grenzen hanteren, en resultaten verschillen naar leeftijd, skeletrijpheid, type kromming en hoe consistent er gemeten wordt.
Eén meting is een momentopname. Een reeks metingen, op dezelfde manier gedaan, door dezelfde persoon, met vaste tussenpozen, zegt veel meer. Een ATR die over een paar maanden gestaag oploopt, is betekenisvol ook al lijkt elke afzonderlijke meting nog bescheiden — en een waarde die één keer uitschiet en daarna terugkeert naar de uitgangswaarde, komt eerder door de techniek dan door verandering. Daarom zijn die paar extra seconden voor het noteren van de datum, het gemeten gebied en wie er mat de moeite waard. Voor de techniek, zie hoe je een scoliometer gebruikt.
Bij kinderen en jongeren gaat het om progressie tijdens de groei, dus worden metingen vaker herhaald — ongeveer elke twee tot vier weken door een groeispurt heen — en wordt op een stijgende lijn snel gehandeld. Bij volwassenen is de skeletgroei voltooid en verloopt verandering doorgaans trager, gedreven door degeneratieve factoren in plaats van groei; maandelijks controleren is dan meestal genoeg, met aandacht voor klachten naast het getal. In beide gevallen zijn de verwijsdrempels hierboven het begin van een gesprek met een professional, geen vervanging ervan.
Vraag beoordeling als een waarde de verwijsdrempel haalt, als waarden in de loop van de tijd oplopen, of als je ongelijke schouders, een uitstekend schouderblad, een scheve taille of een zichtbare ribbult bij vooroverbuigen ziet. Beloop en passende behandeling verschillen per persoon; onderzoek door een professional is de manier om vast te stellen wat een waarde voor iemand betekent.
Beschikbaar voor iPhone en Android.

Gebruikt door zorgverleners en gezinnen in meer dan 75 landen.
Bron: van West HM, Herfkens J, Rutges JPHJ, e.a. The smartphone as a tool to screen for scoliosis, applicable by everyone. European Spine Journal 2022;31:990–995. Dit onderzoek, uitgevoerd in het Erasmus MC in Rotterdam, beoordeelde smartphonemeting van de ATR als methode en evalueerde geen specifieke app.